Uitwisseling tussen behandelaar, patiënt en eventueel naasten

Koppeltaal draagt bij aan het verkrijgen van een actuele status van het behandeltraject van cliënt, zowel voor zorgverlener als cliënt. Daarbij wordt gezorgd dat alle betrokken systemen geüpdatet worden zodra in één van de systemen nieuwe informatie wordt ingebracht. Koppeltaal zorgt ervoor dat behandelaar, cliënt en eventuele naasten uniek identificeerbaar zijn.
 

Uitwisseling van informatie gericht op de inhoud van behandel- of begeleidingsproces

Daarnaast kan een behandelaar vanuit diens systeem via Koppeltaal-interventies toekennen aan een cliënt, zodat deze de app of vragenlijst kan openen in de eigen cliëntomgeving. De behandelaar monitort het digitale proces aan de hand van statusberichten die gegenereerd worden op basis van het handelen van de cliënt. Naasten kunnen zo nodig ook betrokken en uitgenodigd worden om in hun eigen ruimte op de cliëntomgeving apps of vragenlijsten te bewerken.

Koppeltaal transporteert als het ware de informatie van het ene naar het andere systeem. Koppeltaal is uitsluitend gericht op informatie die betrekking heeft op de zorginhoud; financiële of planningsinformatie valt buiten de scope.

Lees meer over de functionaliteiten van Koppeltaal
 

Uitwisseling tussen de systemen binnen één zorgdomein

De ondersteuning door Koppeltaal richt zich alleen op het uitwisselen van berichten binnen een domein. Met een domein wordt in dit geval het IT-landschap bij de zorgaanbieder bedoeld. Voor berichtenverkeer tussen zorgaanbieders wordt naar andere afsprakenstelsels zoals het LSP en Twiin verwezen.

We onderscheiden in Koppeltaal verschillende typen systemen die met elkaar informatie uitwisselen:

  • ECD (of EPD): het ECD staat voor Elektronisch Cliënten (of Patiënten) Dossier. Bij veel zorgaanbieders is dit het systeem waarin bevoegde zorgprofessionals het dossier van cliënten op een veilige en betrouwbare manier opslaan, inzien, verwerken en uitwisselen.
  • eHealth-platform: een eHealth-platform is een (digitaal) platform waar zorgprofessionals, maar vaak ook cliënten op een veilige en efficiënte manier informatie over een behandeling kunnen uitwisselen. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om interventies in te zien en te gebruiken in een blended care of volledig digitale behandeling.
  • Portaal: een portaal is een digitale toegangspoort tot de functionaliteit die door de eigenaar van het portaal beschikbaar wordt gesteld. Binnen Koppeltaal kunnen cliënten, behandelaars en derden toegang krijgen tot functionaliteiten ‘over’ een behandeling en interventies voor gebruik ‘in’ een behandeling. De eigenaar van het portaal (vaak de zorgaanbieder) bepaalt wie tegen welke voorwaarden welke functionaliteit mag inzien en/of gebruiken.
  • Interventie: een interventie is een doelbewuste ingreep gedurende een behandeltraject. Voorbeelden daarvan zijn eHealth-apps, een vragenlijst, een serious game, etc. Het is op meerdere gebieden van toepassing en het hangt dan ook sterk af van de context waarin het wordt geplaatst. Binnen Koppeltaal onderscheiden we drie soorten interventies, namelijk: ‘game,eLearning’ en ‘ROM’. Deze interventies zijn zelfstandige applicaties die onderdeel kunnen zijn van een behandeling.

Een randvoorwaarde voor het uitwisselen van de juiste informatie, is het vaststellen welk systeem als bron dient ten aanzien van data. Bronsystemen zijn in automatiseringsprocessen altijd leidend. Dit betekent dat als de data in het bronsysteem niet juist zijn of niet juist zijn vastgelegd, de informatieuitwisseling met andere systemen in het domein niet doelmatig kan zijn. Daarom is een goed doordacht en uitgewerkt functioneel proces hierbij belangrijk. We maken in Koppeltaal gebruik van de volgende brongegevens:

  • Cliëntgegevens (ECD)
  • Gegevens over de zorgaanbieder, zoals de betrokken zorgverleners

De zorgaanbieder bepaalt in overleg met de leveranciers van de IT-systemen welke van de applicaties wanneer als bronsysteem gelden.

Lees meer over de techniek achter Koppeltaal