Scope

De uitgangspunten van Koppeltaal liggen op een drietal vlakken:

  1. Uitwisseling binnen één domein
  2. Uitwisseling tussen componenten
  3. Uitwisseling tussen patiënt, behandelaar en eventueel derden

Uitwisseling binnen één domein

De interventies, die bij Koppeltaal geregistreerd zijn, kunnen alleen berichten uitwisselen binnen een domein. Met een domein wordt in dit geval de GGZ-zorgaanbieder bedoeld. De interoperabiliteitsmogelijkheden van betrokken applicaties en informatiesystemen beperkt zich tot één GGZ-zorgaanbieder. Koppeltaal houdt zich niet bezig met berichtenverkeer tussen zorgaanbieders.
 

Uitwisseling tussen componenten

We onderscheiden in Koppeltaal verschillende componenten die met elkaar informatie uitwisselen:

  • EPD. Het EPD staat voor Elektronisch Patiënten Dossier. Dit is het component binnen Koppeltaal, waarin zorgprofessionals zoals artsen, medisch specialisten, verpleegkundigen en psychiaters medische gegevens van cliënten op een veilige en betrouwbare manier opslaan, inzien, verwerken en uitwisselen. En alleen als ze daartoe bevoegd zijn en een behandelrelatie met de cliënt hebben.
  • eHealth-platform. Een eHealth-platform is een (digitaal) platform waar participanten (betrokkenen) in de zorg op een veilige en efficiënte manier informatie over een behandeling kunnen uitwisselen en interventies kunnen gebruiken en uitvoeren voor gebruik in een (blended care) behandeling.
  • Portaal. Een portaal is een toegangspoort of vertrekpunt voor verdere navigatie naar geselecteerde bronnen die over een bepaald onderwerp gaan. Binnen Koppeltaal kunnen cliënten, behandelaars en derden toegang krijgen tot functionaliteiten ‘over’ een behandeling en interventies voor gebruik ‘in’ een behandeling. Dit zijn tevens de drie verschillende typen portalen.
  • Interventie. Een interventie is een doelbewuste ingreep bij een bepaalde behandeling. Het is op meerdere gebieden van toepassing en het hangt dan ook sterk af van de context waarin het wordt geplaatst. Binnen Koppeltaal onderscheiden we drie soorten interventies, namelijk: ‘Game,eLearning’ en ‘ROM’. Deze interventies zijn zelfstandige applicaties die onderdeel kunnen zijn van een behandeling.

Een randvoorwaarde voor het uitwisselen van de juiste informatie, is het bronsysteem. Het bronsystemen is in een automatiseringsproces altijd leidend. Dit betekent dat als de informatie in het bronsysteem niet juist is, deze informatie in de rest van de omgeving ook niet juist kan zijn. Een goed uitgewerkt en uitgedacht functioneel proces is hierbij belangrijk. We maken in Koppeltaal gebruik van de volgende brongegevens: patiëntgegevens (EPD) en gegevens over de zorgaanbieder, zoals de betrokken zorgverleners. De GGZ-zorgaanbieder bepaalt welke van de informatiesystemen het bronsysteem is. Vaak is dat het EPD, maar het kan ook het eHealth-platform of een portaal zijn.
 

Uitwisseling tussen patiënt, behandelaar en eventueel derden

Koppeltaal draagt bij aan het verkrijgen van een “geïntegreerd cliëntbeeld” voor zorgverlener en cliënt. Dat wil zeggen dat Koppeltaal ervoor zorgt dat alle verschillende componenten, die met elkaar informatie uitwisselen, gesynchroniseerd worden om de identificatie van de verschillende gebruikers binnen het domein gelijk te houden. Hiervoor moeten cliënt, behandelaar en eventuele derden uniek identificeerbaar zijn, ook buiten Koppeltaal om. Dit om meervoudige registratie en duplicaten van participanten, betrokken bij een behandeling, in een domein te voorkomen.

 

Functionaliteiten van Koppeltaal

De Koppeltaal-architectuur